Behandelingsopties

  • "

    Behandelen van blaasproblemen

    Wanneer de persoon die u verzorgt, gediagnosticeerd werd en weet wat zijn of haar blaasprobleem veroorzaakt, zult u mogelijke behandelingen met zijn of haar dokter of continentieadviseur kunnen bespreken. Zij zullen uitleggen, wat het probleem veroorzaakt en hoe de verschillende behandelingen kunnen helpen. Voorts zullen ze het met u ook hebben over eventuele mogelijke bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Samen kunt u dan beslissen, welke behandeling het meest geschikt is.

    Eenmaal de diagnose is gesteld, zullen in eerste instantie wellicht zogenaamde ‘conservatieve behandelingen’ worden voorgesteld, soms in combinatie met geneesmiddelen, al naargelang de symptomen die hij of zij ervaart en zijn of haar medische geschiedenis. Een chirurgische ingreep vormt de laatste optie en zal normaal gezien pas worden overwogen, wanneer alle andere behandelingen gedurende een bepaalde tijd zonder succes werden uitgeprobeerd.

    Gelieve hierbij goed voor ogen te houden dat de behandelingsinformatie die u op deze website aantreft, slechts een algemene gids vormt en dat u altijd een dokter of gezondheidszorgprofessional dient te raadplegen om de behandelingsopties te bespreken, waarvoor de persoon die u aan het verzorgen bent, in aanmerking komt.

    Conservatieve behandelingen

    Er bestaan heel wat types van conservatieve behandelingen die aangeboden kunnen worden aan de persoon waarvoor u zorg draagt. Hieronder vindt u een selectie van de meest voorkomende.

  • Biofeedback

    Biofeedback is een techniek die ontwikkeld werd om de urethrale en bekkenbodemspieren te versterken teneinde de controle over de blaas te verbeteren. Het gebruik ervan kan helpen bij het leren welke spieren er precies gebruikt moeten worden, wanneer deze gebruikt moeten worden en hoe hard ze opgespannen dienen te worden om lekkages te voorkomen.

    Hoe werkt biofeedback?

    Er bestaan verschillende types van biofeedbackmethodes, maar een courante methode is het inbrengen van een sonde in de vagina (bij vrouwen) of de anus (bij mannen). De druk die op de sonde wordt uitgeoefend, wanneer de spieren worden samengeperst (alsof u probeert om een doorstroom van water tegen te houden), zal op een computerscherm weergegeven worden.
    Een fysiotherapeut of gespecialiseerde verpleegster zal de persoon die u verzorgt, zeggen hoe en wanneer hij of zij de eigen spieren dient op te spannen om voor een doeltreffende controle over zijn of haar blaas te zorgen. In het begin zal hij of zij dit oefenen met het scherm als hulpmiddel. Nadien zal het scherm aan het zicht worden onttrokken, zodat hij of zij het zelf dient te proberen.
    Na verloop van tijd zou hij of zij dan de eigen bekkenbodemspieren beter moeten kunnen coördineren en controleren. Verder zullen deze spieren ook steviger worden, aangezien hij of zij het gebruik ervan oefent tijdens het biofeedbackprogramma.
    Een andere vorm van biofeedback is het real time gebruik van een ultrasone scanner. Daarbij wordt er een sonde op de bilnaad aangebracht en wordt er op een scherm een weergave van de bekkenorganen getoond. Naarmate de bekkenbodemspieren worden opgespannen, kan de persoon waarvoor u zorg draagt, zien wat er rond zijn of haar blaas gebeurt. Een fysiotherapeut of gespecialiseerde verpleegster zal daarbij de manier kunnen corrigeren, waarop de spieren worden samengeperst.

  • Blaasdagboek/Hertraining

    Blaashertraining is een eenvoudige en vaak doeltreffende methode die gebruikt wordt bij het trachten te overwinnen van blaasproblemen.

    Hoe werkt blaashertraining?

    Blaashertraining helpt mensen om te beginnen met meer urine op te houden gedurende langere tijd. De blaas kan getraind worden om dit te doen door geleidelijk aan de tijd tussen elk bezoek aan het toilet te verlengen.

    Deze methode klinkt eenvoudig, maar blaashertraining vraagt tijd en vastberadenheid en zal niet van vandaag op morgen het gewenste resultaat opleveren. Opdat de blaashertraining zijn vruchten zou kunnen afwerpen, moet de persoon die u verzorgt, proberen om zo lang mogelijk het gevoel te negeren, dat hij of zij naar het toilet moet.

    Als hij of zij kan leren om het gevoel te negeren dat hij of zij onmiddellijk moet, zal zijn of haar blaas zich beginnen te ontspannen en minder irriteerbaar worden. Uiteindelijk zal hij of zij de eigen blaas kunnen controleren in plaats van dat zijn of haar blaas hem of haar controleert.

    Blaasdagboek

    Om de eigen blaasgewoonten en -patronen te helpen identificeren, loont het de moeite om met een blaasdagboek te beginnen teneinde het aantal keer te noteren dat hij of zij naar het toilet moet, hoeveel tijd er tussen elk bezoek aan het toilet zit en wat/hoeveel hij of zij drinkt.
    Uit dit dagboek zal hij of zij dan kunnen opmaken, hoelang zijn of haar blaas kan ophouden, alvorens geleegd te moeten worden, en op basis hiervan zal hij of zij zich realistische doelstellingen kunnen vooropstellen, die kunnen helpen met het verstevigen van de eigen blaas.

    Stimulatie van de tibiale zenuw

    Percutane Tibiale Neurostimulation (PTNS) kan gebruikt worden om bepaalde gevallen van een overactieve blaas te behandelen, wanneer symptomen van urinaire hoogdringendheid, urinaire frequentie en drangincontinentie niet met andere behandelingen konden worden opgelost.
    PTNS werd ontwikkeld om indirect de zenuwen te stimuleren, die verantwoordelijk zijn voor de controle over de blaas. Deze behandeling werkt in op de tibiale zenuw, naarmate deze langs de enkel passeert en richt zich op de zenuwen in het ruggenmerg die de werking van de bekkenbodem controleren en die de sacrale zenuwplexus worden genoemd. Daarbij wordt een kleine, dunne naald ingebracht nabij de tibiale zenuw ter hoogte van de enkel, die met een stimulatieapparaat worden verbonden. De opgewekte impulsen volgen de zenuwbanen en helpen met het hertrainen van de werking van de eigen blaas, waardoor de symptomen van incontinentie worden verlicht.

  • Geneesmiddelen

      Geneesmiddelen kunnen helpen tegen tal van symptomen van urinaire incontinentie en worden vaak gebruikt in combinatie met meer conservatieve behandelingen.
    • Anticholinergica worden gebruikt voor het behandelen van urinaire drangincontinentie en worden vaak gecombineerd met blaashertraining. Verder kunnen ze ook helpen tegen problemen veroorzaakt door een overactieve blaas, zoals het vaak naar het toilet moeten 's nachts of het verliezen van urine tijdens het slapen.
    • Desmopressine is een geneesmiddel dat soms gebruikt wordt voor nachtelijke urineproblemen.
    • Vaginale oestrogenen kunnen helpen bij een overactieve blaas, als de oorzaak een tekort aan oestrogeen blijkt te zijn - bv. bij vrouwen die de menopauze voorbij zijn.
    • Duloxetine hydrochloride is een geneesmiddel dat kan helpen bij urinaire stressincontinentie, als de symptomen ernstiger zijn. Het gebruik ervan kan gecombineerd worden met bekkenbodemspieroefeningen.
    • Solifenacine succinaat is een geneesmiddel dat gebruikt wordt om symptomen van een overactieve blaas te behandelen. Het voorkomt spasmen van de blaasspier, wat kan helpen bij het verminderen van de episodes van urinaire incontinentie of het gevoel van hoogdringend te moeten, dat veroorzaakt kan worden door blaasspasmen.

  • Chirurgie

    Een chirurgische ingreep wordt doorgaans gezien als een laatste optie en zal normaliter pas overwogen worden, als andere behandelingen gedurende geruime tijd zonder succes werden uitgeprobeerd.

  • Spanningsvrije vaginale kleefstrip

    Spanningsvrije vaginale tape (TVT - 'Tension-free Vaginal Tape') wordt vaak gebruikt voor vrouwen die met urinaire stressincontinentie kampen. Het wordt meestal niet geschikt geacht voor vrouwen die overwegen om kinderen te krijgen of voor vrouwen die aan bepaalde andere medische aandoeningen lijden.

    Tijdens de operatie wordt de tape ingebracht via een kleine incisie in de vaginale wand, tussen de vagina en de urinebuis, zodat de tape het middelste deel van de urinebuis ondersteunt. Elk uiteinde van de tape wordt via twee kleine gaten in de onderbuik over het schaambeen gelegd. Deze ondersteuning vermindert het effect van elke plotse toename in abdominale druk (hoesten, niezen, lachen) die voorvallen van stressincontinentie veroorzaakt.

  • Sacrale neurostimulatie

    Neurostimulatie door een behandeling die sacrale neuromodulatie wordt genoemd, kan sommige personen helpen om hun overactieve blaas te controleren. Daarbij wordt een klein apparaat chirurgisch ingeplant net onder de huid ter hoogte van de bovenbil en wordt een dun draadje in de onderrug ingebracht en met het apparaat verbonden. Het toestel werkt als een batterij en stimuleert de juiste zenuwen via het ingeplante draadje door middel van lichte elektrische impulsen.

    De methode kan helpen om de coördinatie tussen hersenen, bekkenbodem, blaas of darmkanaal en sluitspieren te herstellen.

  • Injecteerbare therapieën

    Injecteerbare therapieën zijn een minder invasieve behandelingsoptie en vormen een alternatief voor chirurgische ingrepen. Ze bieden vaak een uitkomst voor personen die weigerachtig staan tegenover operaties of die van plan zijn om kinderen te krijgen. Bij deze therapie worden er zwelmiddelen in de wand van het urinekanaal ingespoten om het sluitingsmechanisme van de blaashals te verbeteren. Het is een behandeling die vaak tegen urinaire stressincontinentie gebruikt wordt.

  • Behandelen van darmkanaalproblemen

    Wanneer de persoon die u verzorgt, gediagnosticeerd werd en weet wat zijn of haar darmkanaalprobleem veroorzaakt, zult u mogelijke behandelingen met zijn of haar dokter of continentieadviseur kunnen bespreken. Zij zullen uitleggen, wat het probleem veroorzaakt en hoe de verschillende behandelingen kunnen helpen. Voorts zullen ze het met u ook hebben over eventuele mogelijke bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Samen kunt u dan beslissen, welke behandeling het meest geschikt is.
    Eenmaal de diagnose is gesteld, zullen in eerste instantie wellicht zogenaamde ‘conservatieve behandelingen’ worden voorgesteld, soms in combinatie met geneesmiddelen, al naargelang de symptomen die hij of zij ervaart en zijn of haar medische geschiedenis. Een chirurgische ingreep vormt de laatste optie en zal normaal gezien pas worden overwogen, wanneer alle andere behandelingen gedurende een bepaalde tijd zonder succes werden uitgeprobeerd.

  • Biofeedback

    Biofeedback is een conservatieve behandeling die vaak gebruikt wordt bij fecale incontinentie en constipatie. De behandeling zelf wordt gegeven en gecontroleerd door een gezondheidszorgprofessional om de persoon waarvoor u zorg draagt, te helpen bij het correct verrichten van sluitspieroefeningen.
    Concreet wordt er een kleine elektrische sonde ingebracht in het rectum, waarbij de sensoren in de sonde informatie doorsturen naar een computer over de beweging en de druk van de spieren in het rectum. De resultaten worden weergegeven op een computerscherm. De persoon die u verzorgt, zal verzocht worden om zijn of haar sluitspieren samen te persen en de druk die zo ontstaat, zal door de sensoren in de sonde worden gemeten. Het zien van de resultaten op het computerscherm zal hem of haar helpen om zijn of haar spieren op de juiste manier op te spannen. Met de nodige oefening zou de persoon waarvoor u zorg draagt, moeten kunnen weten, wanneer hij of zij zijn of haar sluitspieren dient samen te persen om lekkages te voorkomen of, als hij of zij geconstipeerd is, hoe hij of zij de eigen spieren dient te ontspannen om te trachten het darmkanaal te ledigen. Deze behandelingsmethode zou de werking van het darmkanaal moeten helpen verbeteren en zou de persoon die u verzorgt, moeten helpen om zijn of haar oefeningen op de juiste manier te doen.

  • Darmkanaalhertraining

    Darmkanaalhertraining is een eenvoudige en vaak doeltreffende methode die gebruikt wordt om darmkanaalproblemen, zoals terugkerende constipatie, diarree of incontinentie, te proberen te overwinnen.

    Als de incontinentie te wijten is aan een gebrek aan controle over de anale sluitspier of een verminderde waarneming van de drang om te defeceren, kan de persoon waarvoor u zorg draagt, gebaat zijn met een darmkanaalhertrainingsprogramma gericht op het opnieuw versterken van de eigen spieren. In sommige gevallen betekent darmkanaalhertraining het leren naar het toilet gaan op een specifiek tijdstip van de dag. Dit helpt hem of haar een betere controle te verwerven door, met enige voorspelbaarheid, te bepalen, wanneer hij of zij naar het toilet moet. Verder kan het ook betekenen dat het darmkanaal getraind wordt om niet zo vaak open te gaan door geleidelijk aan de tijd tussen elk bezoek aan het toilet te verlengen.

    Darmkanaaldagboek

    Om de eigen darmkanaalgewoonten en -patronen te helpen identificeren, loont het de moeite om met een darmkanaaldagboek te beginnen teneinde het aantal keer te noteren dat hij of zij naar het toilet moet, hoeveel tijd er tussen elk bezoek aan het toilet zit en wat/hoeveel hij of zij eet.
    Op basis van dit dagboek zal hij of zij dan eventuele factoren kunnen identificeren, die bijdragen tot zijn of haar darmkanaalproblemen.

  • Geneesmiddelen

      Soms bevelen dokters geneesmiddelen aan om fecale incontinentie te behandelen, zoals:
    • Antidiarreemiddelen: de dokter kan geneesmiddelen aanbevelen om diarree tegen te gaan en de persoon waarvoor u zorg draagt, te helpen om fecale incontinentie te vermijden. Tal van deze middelen zijn zonder recept verkrijgbaar in de apotheek.
    • Laxeermiddelen: als iemands incontinentie te wijten is aan chronische constipatie, kan de dokter het tijdelijke gebruik van lichte laxeermiddelen aanbevelen om normale darmbewegingen te helpen herstellen.
    • Stoelgangverzachters: om fecale impactie te voorkomen, kan de dokter een stoelgangverzachtende medicatie aanbevelen.
    • Andere geneesmiddelen: als diarree de oorzaak van de fecale incontinentie is, kan de dokter geneesmiddelen aanbevelen, die de spontane beweging van het darmkanaal of de waterinhoud van de stoelgang verminderen.

  • Chirurgie

    Sluitspierreparatie

    Als er schade aan de externe anale sluitspier werd vastgesteld, kan een chirurgische reparatie een optie zijn. Deze operatie omvat het maken van een incisie voor de anus, waarna de chirurg de beschadigde spieruiteinden zal overlappen om een complete spierring rond de anus te vormen.

    Behandeling van rectale prolaps

    Een rectale prolaps kan hersteld worden en het rectum kan opnieuw op zijn plaats worden bevestigd. Er zijn twee manieren om een prolaps te repareren, ofwel door middel van een reparatie via de anus zonder externe incisie, ofwel door een incisie in de onderbuik (tegenwoordig kan dit gebeuren met 4 à 5 erg kleine incisies in plaats van één grote incisie over de lagere onderbuik).

    Sluitspiervervanging

    Een beschadigde anale sluitspier kan vervangen worden door een kunstmatige sluitspier. Het apparaat in kwestie is in wezen een opblaasbare manchet die rond het anale kanaal wordt ingeplant. In opgeblazen toestand houdt het apparaat de anale sluitspier stevig gesloten, totdat de darmen klaar zijn om geleegd te worden.

    Sacrale neurostimulatie

    Dit kan sommige personen helpen, die met darmkanaalproblemen zoals incontinentie en chronische constipatie kampen.

    Daarbij wordt een klein apparaat chirurgisch ingeplant net onder de huid ter hoogte van de bovenbil en wordt een dun draadje in de onderrug ingebracht en met het apparaat verbonden. Het toestel werkt als een batterij en stimuleert de juiste zenuwen via het ingeplante draadje door middel van lichte elektrische impulsen.

    De methode kan helpen om de coördinatie tussen hersenen, bekkenbodem, blaas of darmkanaal en sluitspieren te herstellen.

  • Incontinentieverbanden gebruiken

    Incontinentieproducten worden gebruikt als kortetermijnbehandelingsoptie of als onderdeel van een doorlopend algemeen beheerplan voor personen die geen actievere behandeling wensen (of wanneer deze actieve behandelingen niet volstaan voor een compleet continentieherstel). De producten mogen niet gezien worden als alternatief voor andere behandelingsopties, maar dienen veeleer beschouwd te worden als een aanvullende ondersteuning. Zo zijn er tal van producten verkrijgbaar die incontinentie helpen beheren en tegelijkertijd de eigen waardigheid en een aanvaardbare levenskwaliteit helpen handhaven.

    Productgeschiktheid

    Het is belangrijk dat de persoon waarvoor u zorg draagt, de continentieproducten krijgt, die het meest geschikt zijn voor hem of haar. Om hiervoor te kunnen zorgen, is een grondige evaluatie van zijn of haar behoeften vereist.

      Wanneer een gezondheidszorgprofessional een oordeel velt met het oog op de verstrekking van incontinentieproducten, moeten er een aantal factoren in aanmerking worden genomen, zoals:
    • het type van incontinentie
    • fysieke en mentale toestand
    • mate aan persoonlijke hygiëne
    • staat van de huid en lokale anatomie
    • persoonlijke voorkeur en behoefteperceptie
    • ondersteunende diensten
    • kosten

 > Terug

Productwijzer

Ik ben een verzorger

Getuigenissen

  • Elisabeth, 48
    Elisabeth, 48
    Hallo, ik ben Elisabeth en ik woon met mijn 72 jaar oude moeder in een rijwoning met twee...  > Meer lezen
  • Marie, 41
    Marie, 41
    Ik ben Marie, moeder van een 15-jarige dochter die aan renale tubulaire acidose lijdt, sinds ze ...  > Meer lezen
  • Anne en Albert, 50
    Anne en Albert, 50
    Hallo, ik ben Anne, een 50 jaar oude huisvrouw. Mijn vader, die weduwnaar is, woont al ...  > Meer lezen

Producten die u kunnen interesseren:

  • iD Pants
    iD Pants

    Broekluier geschikt voor matig tot zwaar urineverlies  > Meer lezen

  • iD Slip
    iD Slip

    Ultra-absorberend ééndelig verband, geschikt voor matig tot zwaar urineverlies > Meer lezen